Door de bril van Eveline

Wat zeg je me nou?

Kreeg net van mijn bank een uitnodiging voor het bijwonen van een tentoonstelling. Moest me daarvoor aanmelden met een formulier waarop ik een aantal gegevens diende in te vullen. Alle vragen waren in het Engels. Op de sportschool hoeft er van de twintig aanwezigen maar één niet Nederlandstalig te zijn en de les wordt in het Engels gegeven. De Coffee Company heeft coffee credits voor de vaste klanten. Een soort strippenkaart waarmee je koffie tegen een gereduceerd bedrag kunt verkrijgen in size S, M of L.

Er zijn restaurants in de binnenstad waar je in het Engels begroet wordt en waar niemand Nederlands spreekt. Daar komt nog bij dat van de meeste medewerkers het Engels ook niet hun moedertaal is en als dan het steenkolenengels van de Nederlandse bezoeker eveneens niet helemaal toereikend is, ontstaat verwarring en ongenoegen.

Wat is het toch raar dat we van iedereen die in ons land wil wonen en werken verwachten dat ze onze taal spreken maar dat we het bijna gewoon gaan vinden om in de horeca, de grote warenhuizen en op steeds meer websites in een andere taal te worden toegesproken.

Onze taal is doorspekt met anderstalige woorden en soms is het gewoon ook gemakkelijk om een Engels woord te gebruiken omdat er in het Nederlands geen goed alternatief voor bestaat. Bovendien is er in de afgelopen jaren met de ict en de sociale media een hele sector bijgekomen die veel in het Engels communiceert. En, vloeken in een andere taal klinkt veel minder erg.

Toch zou ik ervoor willen pleiten dat we in deze stad standaard in onze eigen taal aangesproken worden  net als in de rest van ons land. Buiten de Randstad zal er nauwelijks een andere taal gesproken worden dan Nederlands. Soms onder elkaar in een voor de meeste stedelingen onverstaanbaar dialect, maar dan nog, we hebben allemaal, ook de Limburgers en Friezen met hun eigen taal, het ABN op school geleerd.

Natuurlijk is het mooi dat toeristen waar ze ook vandaan komen hier bij ons het gevoel hebben begrepen te worden en is het Engels een universele taal maar het zou toch jammer zijn als wij hier in Amsterdam in steeds meer winkels en horecagelegenheden niet meer in onze eigen taal terecht kunnen. Het Nederlands is buitengewoon veelzijdig met oneindig veel mooie woorden en fraaie synoniemen voor één en hetzelfde begrip. Ieder jaar komen er weer nieuwe woorden bij. Soms een verbastering uit een andere taal en soms gewoon van de straat. Er wordt gezegd dat we te weinig naar elkaar luisteren. Okay, maar dat moet je elkaar ook kunnen verstaan.

Huis de Pinto: van Patriciërswoning naar Cultuurhuis

Het uit begin zeventiende eeuw daterende Huis de Pinto werd in de afgelopen vier eeuwen meermalen door de sloophamer bedreigd maar zie, anno 2017 staat dit monumentale pand in de Antoniebreestraat nog steeds fier recht overeind. Sterker nog, dankzij een initiatief van een groep bewoners uit de buurt is Huis de Pinto een bruisend cultureel centrum geworden waar je voor een zeer redelijke entreeprijs (en soms zelfs gratis) naar mooie muziek, klassiek, pop of werelds, kan luisteren, een lezing kan bijwonen, films bekijken of foto- en schilderexposities bezichtigen. Ook voor kinderen zijn er regelmatig voorstellingen. Verder kun je bijna dagelijks naar binnen lopen om in de leeszaal een boek, tijdschrift of krant te lezen.

Door de eeuwen heen heeft Huis de Pinto tal van functies geherbergd. Het oorspronkelijke woonhuis werd door een bewindvoeder van de VOC gebouwd recht tegenover de ingang van het Zuiderkerkhof. Het huis is gebouwd op een stuk of zes percelen en bestond uit het dubbele woonhuis en een groot pakhuis aan de achterzijde bij de Snoekjesgracht met een stal en een koetshuis. De buurt stond in die dagen als artistiek bekend vanwege de vele kunstschilders en kunsthandelaren die hier woonden. Aan de andere kant van de Sint Antoniesluis bevond zich de jodenbuurt met winkels, marktkramen, scholen en synagogen.

Tegen het eind van de zeventiende eeuw liet toenmalige eigenaar David de Pinto het pand grondig verbouwen. De buitenkant werd verfraaid met een zandstenen gevel en vanaf die tijd stond het pand bekend als het Huis de Pinto. Het bleef nog tot halverwege de achttiende eeuw in handen van de familie. De nieuwe eigenaar was een apotheker die de stal, het koetshuis en het pakhuis apart doorverkocht en alleen het woonhuis behield. Zo tegen het einde van de negentiende eeuw kwam het voormalige patriciërshuis leeg te staan waarna zich er diverse bedrijfjes en werkplaatsen vestigden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de huizen van weggevoerde Joden in de omgeving grotendeel gesloopt vanwege het grote tekort aan brandhout gedurende de ijskoude winter van 1944/45. Toen aan het eind van de oorlog de meeste joodse bewoners niet meer terugkeerden, werden vele ontmantelde en verkrotte woningen gesloopt. Het Huis de Pinto bleef staan maar werd in de zestiger jaren van de vorige eeuw door de gemeente gekocht om te kunnen slopen voor de aanleg van een vierbaans snelweg dwars door de Nieuwmarktbuurt. Daarbij had het bestuur grootse plannen met de buurt. Hier zou hoogbouw verrijzen met hotels en kantoren. De aanleg van de metro paste daar precies bij.

Gelukkig is het nooit zover gekomen. De buurt kwam in opstand en de geplande snelweg stopte abrupt op de Sint Antoniesluis. Het beeldje van de schildpad op de sluis markeert de plek waar met de snelweg gestopt werd. Huis de Pinto werd gekraakt door de vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad en een paar jaar daarna kwam het pand in handen van het Amsterdams Monumenten Fonds. Die liet het vervallen gebouw restaureren waarna het op de lijst van rijksmonumenten kwam te staan. Sinds 1998 is het pand in handen van Stadsherstel.

Lange tijd heeft de OBA (Openbare Bibliotheek) in Huis de Pinto een door de buurt zeer gewaardeerd filiaal gehad. Toen dat in 2012 werd opgeheven, leek het er op dat Huis de Pinto zijn functie voor de buurt zou gaan verliezen. Maar deze keer wist een groep betrokken studenten, samen met buurtbewoners, het Huis de Pinto voor de buurt te behouden met aantrekkelijke voorstellingen en exposities die maandelijks wisselen. Zo staan er voor maart een tweetal films op het programma: 8 maart vrouwendag met “Facing Mirrors” en op 12 maart “Fukushima mon Amour”.

Kijk voor het hele programma en aanvangstijden op de site van Huis de Pinto.

(bron o.a. Wikipedia, bron foto www.huisdepinto.nl)

Café ‘t Mandje 90

Het unieke van café ‘t Mandje is niet alleen dat het met z’n 90-jarige bestaan ‘t oudste nog in bedrijf zijnde café op de Zeedijk is maar ook dat het nog steeds vanaf de oprichting door dezelfde familie wordt uitgebaat. Daarbij lijkt het interieur in al die jaren ook niet noemenswaardig veranderd en dat wat er veranderd is heeft te maken met de eisen die vandaag de dag aan het runnen van een horecagelegenheid gesteld worden.

Toen Bet van Beeren in 1927 haar café opende was dat het eerste openlijke homocafé in de stad (en het land) en het werd in de loop der jaren ook een van de bekendste. Vanaf dag één liep de tent als een trein. Het café werd bezocht door een ratjetoe aan bezoekers van pooiers en zeelui tot en met artiesten en provincialen. Ze kwamen niet alleen uit de stad maar vanuit het hele land en ook van daarbuiten. Dit was een van de weinige plekken waar homo’s en lesbiennes zichzelf konden zijn. Bet was een entertainer eerste klas. Als zij begon te vertellen hing het publiek aan haar lippen en terwijl het afknippen van de stropdas aanvankelijk een soort van straf was als je je niet gedroeg zoals Bet vond dat het moest, stonden later volwassen mannen te bedelen of Bet ook hun stropdas alsjeblieft wilde kortwieken. Alle afgeknipte stropdassen werden netjes aan het plafond gehangen.

Ook buiten het café om was Bet actief in de buurt. Ze organiseerde uitstapjes voor de oudjes en met luilak werd er voor de kinderen spelletjes voor de deur van ‘t Mandje gehouden en trakteerde ze de jeugd op warme luilakbollen. Ze was voor de duvel niet bang en werd door iedereen herkend als ze in een lange leren jas op haar motor door de stad reed. Niet voor niets werd ze de koningin van de Zeedijk genoemd. Een titel die later werd toegekend aan tante Aal.

Bet overleed in 1967 en werd opgevolgd door haar zus Greet die toen ook al jaren in het café werkte. De traditie van het afknippen van stropdassen werd ook onder haar voortgezet. In 1984 sloot Greet de deur van het café vanwege, zoals ze zei “de rottigheid op straat”. Jarenlang bleef ‘t Mandje gesloten tot verdriet van velen. De Zeedijk was inmiddels helemaal opgeknapt maar Greet dorst het toch niet meer aan.

Na haar overlijden werd het nog even spannend wat er met het al zo lang gesloten café zou gebeuren. Tot Diana, nichtje van de beide zussen, het café overnam. Sinds 29 april 2008 floreert ‘t Mandje weer als vanouds. Binnen lijkt er ogenschijnlijk niets veranderd inclusief de afgeknipte stropdassen die door Diana hoogstpersoonlijk stuk voor stuk zijn gewassen en gestreken om daarna opnieuw het plafond te sieren.

Vrijdag 24 februari wordt de verjaardag van café ´t Mandje uitbundig gevierd, laat dat maar aan Diana en haar medewerkers over. Om het extra feestelijk te maken wordt ‘s middags om half vier brug 210 over de Oudezijds Achterburgwal bij de Korte Stormsteeg met een kleine ceremonie officieel omgedoopt tot Bet van Beerenbrug. Een blijvende herinnering aan een markante vrouw die veel voor de homo-emancipatie betekend heeft.

Soep van Kana

“Duurzaam eten in een artistieke omgeving” is de slogan van Soep van Kana en daarmee is niets teveel gezegd. Sinds kort te vinden op de Oudezijds Voorburgwal 95 met een interieur waar menig restaurant de vingers voor zou aflikken want wat dat artistieke betreft is er niks teveel gezegd.

Als je de paar treetjes afdaalt naar het souterrain kom je anders dan verwacht in een vrolijke lichte wereld. Want de kleurige wanden die vol hangen met (eigen) kunstwerken en de smaakvolle in mozaïek uitgevoerde zitjes, doen eerder denken aan een Mexicaanse cantina dan aan een souterrain in hartje Amsterdam. Het is een initiatief van de Communitaire Gemeenschap Oudezijds 100 (net aan de overkant van de gracht) waar met vrienden en bekenden maanden aan is gewerkt. Zowel de mozaïeken banken als de kunstwerken komen uit eigen gelederen. Met de opening van Soep van Kana hopen zij een plek gecreëerd te hebben waar buurtbewoners en passanten zich thuis voelen en elkaar kunnen ontmoeten.

Duurzaam zijn ze zeker want de ingrediënten voor de soep komen van supermarkt Eko Placa en de markt. Groente die aan het eind van de dag overblijft en vroeger werd weggegooid maar waar eigenlijk helemaal niets aan mankeert. En als er dan eens wat minder mooie stukken aan zitten dan merk je daar in de soep helemaal niets van. Meestal lukt het wel om zo’n drie a vier soorten soep per dag te maken geheel afhankelijk natuurlijk van het aanbod. Bij de soep wordt brood geserveerd afkomstig van de firma Brood met filialen onder meer op de Zeedijk en de Albert Cuypstraat. Ook dit brood wordt aan het einde van de dag gratis beschikbaar gesteld.

De keuken wordt geheel gerund door vrijwilligers van Oudezijds 100. Mensen met wat zo mooi heet “afstand tot de arbeidsmarkt” die hier onder begeleiding van twee ervaren krachten werkervaring kunnen opdoen. Voor een flinke kom soep betaal je drie euro vijftig en voor een echt grote kom vijf euro. Soep van Kana is op donderdag en vrijdag geopend van ‘s middags half één tot ´s avonds half acht.

Op de overige dagen vinden hier muzieklessen voor vluchtelingen plaats en zijn dakloze jongeren bezig met kunst. De ruimte is ook uitermate geschikt om een feestje te geven. Voor inlichtingen kun je contact opnemen met Rosaliene Israël.

 

De woongemeenschap Oudezijds 100 bestaat uit mensen uit alle hoeken van de samenleving en is al vele jaren actief in de Amsterdamse binnenstad. Zij leven en werken vanuit het evangelie en bieden hulp en steun aan hen die in onze snelle en jachtige samenleving kopje onder dreigen te gaan. Daarbij letten ze niet op afkomst of religie. Zij zijn gevestigd op de Oudezijds Voorburgwal 100.

 

De Geurt Brinkgrevebrug

Het was gisteren steen en steenkoud en er stond een nare noordoosten wind. Geen dag om eens even gezellig bij elkaar op een brug in de Nieuwmarktbuurt te gaan staan. En toch stond er een brug helemaal vol met belangstellenden die er allemaal bij wilden zijn op het moment dat deze brug zijn officiële naam zou krijgen. Er waren toespraken van officiële personen waarin Geurt Brinkgreve, de naamgever van de brug, onder meer werd herinnerd als een beschaafd vechter, een markante Amsterdammer en de redder van vele monumenten in de binnenstad.

Geurt overleed in 2005 maar nog dag en dagelijks zijn de sporen van zijn jarenlange bemoeienis met de binnenstad zichtbaar. Wat denk je van het Pintohuis? Had er niet meer gestaan als Geurt zich niet met hand en tand tegen de sloop had verzet. Dankzij dit verzet ging daarom ook de geplande vierbaansweg dwars door de Nieuwmarktbuurt niet door. Alleen de Jodenbreestraat viel ten slachtoffer aan de sloopwoede van het toenmalige stadsbestuur in die woelige zestiger en zeventiger jaren. Geurt’s verzet tegen het gemeentelijke beleid van verkeersdoorbraken en cityvorming betekende in die dagen ook een omslag in de manier waarop men naar de historische binnenstad ging kijken. We kunnen het ons nu nauwelijks meer voorstellen dat er ooit plannen waren om de historische binnenstad op te offeren aan de auto met snelwegen die dwars door het oude stadshart zouden lopen.

Geurt was tevens initiatiefnemer en (mede)oprichter van diverse organisaties waaronder Stadsherstel en de Vereniging Vrienden Amsterdamse Binnenstad, kortweg VVAB.

Terecht dus dat de brug Krom Boomssloot over de Recht Boomssloot, die tot dan alleen bekend stond als brug nummer 296, de naam van deze markante voorvechter voor het behoud van onze historische binnenstad heeft gekregen. Zijn weduwe Sjuwke verrichtte de openingshandeling en onthulde trots het naambordje met daarop in duidelijke letters Geurt Brinkgrevebrug. Ook aan de andere kant is zo’n naambordje bevestigd, zodat er geen misverstand over de naam kan ontstaan, ongeacht van welke kant je de brug oploopt.

Kraak in de Lange Niezel

Tot schrik van een aantal buurtbewoners is begin december een woning in de Lange Niezel gekraakt. De etage op nummer 25 bleek al zo’n 25 jaar niet bewoond te worden. Vorige eigenaar Ymere had het pand twee maanden daarvoor aan de nieuwe 1012Inc verkocht.

Een woordvoerder van deze organisatie vertelt niet blij te zijn met de situatie. “Het pand is in de afgelopen jaren zwaar verwaarloosd. De vloeren van de etages zijn verrot. We waren met de bouwvoorbereiding bezig en met de huurder van de begane grond in gesprek omdat er vanwege duivenresten gesaneerd moet worden. Inmiddels zijn we met de krakers in gesprek over het gebruik van het pand. Helaas zijn de sanering en de voortgang van het bouwplan door de kraakactie enigszins vertraagd. Deze weken zijn we samen met de gemeente bezig metingen te doen voor het funderingsherstel. We hopen in ieder geval om het funderingsherstel nog voor de zomer uit te voeren en dan ook te starten met de renovatie van de boven gelegen etages. Deze etages zullen verbouwd worden tot twee woningen.”

Hoe Amsterdams is Het Parool nog?

Het was even schrikken toen ik op de derde dag van dit nieuwe jaar de voorpagina van de krant voor me zag. Tjee, dat belooft wat voor dit jaar. Zou Amsterdam leeg lopen? Gaan Amsterdammers nu massaal naar Rotterdam? En is dit artikel voorpagina waardig? En haalt deze oude verzetskrant met z’n Amsterdamse wortels dé ochtendkrant van wakker Nederland niet rechts in met z’n chocoladeletters en koppen die de lading van het artikel niet of nauwelijks dekken? Wat doet een zinnetje als “waarin het zo door hen (de Rotterdammers) gehate 020 het geklaag nog wel eens de boventoon voert” anders dan met oude tegenstellingen (die allang niet meer bestaan en alleen door een handjevol Ajax hooligans en andere onwetenden in leven wordt gehouden) de boel opjutten? En ja hoor, ook de drukte met 17 miljoen mensen wordt genoemd. Hoe zou dat nou toch komen?

Al eerder verscheen er een artikeltje in deze krant dat Rotterdam zoveel innovatiever, sfeervoller en gezelliger was dan Amsterdam. Alle hipsters zouden zich met spoed richting Maasstad hebben begeven. Daar hebben wij Amsterdammers weinig van gemerkt.

Laten we wel wezen: Rotterdam is leuk. Dat hoor ik om me heen en dat ervaar ik zelf als ik die kant op ga. En nog eens wat, het is Rotterdam en zijn inwoners van harte gegund om zo positief gelabeld te worden. Daar hebben ze hard genoeg voor gewerkt. Bovendien hebben ze een Amsterdamse burgemeester (grapje). Dat neemt niet weg dat de meeste Amsterdammers toch het allerliefst in hun eigen stad willen blijven wonen. Maar ik ken mensen die naar Haarlem gaan en naar Almere, er gaan Amsterdammers naar Utrecht, Heemstede en Hilversum en noem nog maar een paar plekken waar de Amsterdammer die wanhopig naar een betaalbaar huis heeft gezocht uiteindelijk zijn bestemming vindt. Onder hen zijn er die nu al zeggen dat ze later als de kinderen groter zijn weer terug willen komen.

Kortom: hoe Amsterdams is Het Parool nog?

Kijken we naar de berichtgeving over de Amsterdamse binnenstad dan is er de laatste jaren maar weinig positiefs in deze krant verschenen. De drukte, de criminaliteit, de overlast van vakantieverhuur, beheerst over het algemeen het binnenstadsnieuws. Over positieve ontwikkelingen lees je nauwelijks iets en het mag vooral niet leuk zijn, want leuk nieuws is geen nieuws. Over de oprichting van 1012Inc afgelopen najaar, het vehikel waarmee de gemeente en een aantal investeerders het evenwicht in het Wallengebied tussen wonen, werken en uitgaan willen herstellen, is geen letter in de krant verschenen. Ook niet toen het afgelopen najaar het maandblad Ons Amsterdam zijn 50ste verjaardag vierde of begin 2016 het boek Aan de Amsterdamse Wallen verscheen, trots gepresenteerd door onze burgemeester in de oude raadszaal van het voormalige stadhuis. Zeven eeuwen geschiedenis over het oudste deel van de stad, daar waar het allemaal begon. Een gedeelde geschiedenis van en voor alle burgers die de stad hebben gemaakt tot wat die nu is. Geen woord in Het Parool. Tenslotte, ja ik weet het, dit is een beetje eigen belang, het boek Buigen voor een Borrel dat eind 2014 verscheen. De geschiedenis van een Amsterdams likeurbedrijf dat ruim 3 eeuwen lang in familiehanden bleef, inmiddels is overgenomen door Bols maar nog steeds als proeflokaal Wynand Fockink in de Pijlsteeg te vinden is. Hoe Amsterdams wil je het hebben. De recensie die voormalig Parooljournaliste Corrie Verkerk schreef werd door de toenmalige chef kunst&cultuur verworpen met de uitroep “we hebben al genoeg over Bols geschreven”.

Tja, hoe Amsterdams is deze krant nog.

De waan van de dag

ijHet is een feit dat de politiek altijd achter de feiten aanloopt. Je weet wel, ambtelijke molens. Maar soms is er dan iemand op het stadhuis die iets gaat roepen, oplossingen waarvan je nou niet meteen denkt van goh, wat zijn ze goed bezig daar of ja, dat zou weleens dé oplossing kunnen zijn of dat je denkt, jee dat ze daar niet eerder op gekomen zijn. Zo kwam een wethouder met het geniale idee om de cruiseterminal te verplaatsen naar het westelijk havengebied of desnoods naar Zaandam waar ze meteen handenwrijvend de plek al aan het uitkiezen zijn. Dit zou de drukte in de binnenstad belangrijk kunnen verminderen, volgens deze wethouder althans. Een miljoen mensen per jaar, meestal echtparen van middelbare leeftijd en gezinnen met kinderen die nu niet langer joelend de Wallen terroriseren en een spoor van vernieling achter zich laten. Hoe komt ze erop?

Zelfs van deze meestal onzichtbare wethouder geloven we niet dat dit haar overwegingen waren want de bruggenlobby, veelal van dezelfde politieke stroming van vrij en blij voor iedereen en met name voor mij, wil met alle geweld fietsbruggen over het IJ en daarvoor moeten de cruiseschepen wijken. Argument is de enorme drukte bij de ponten en de bereikbaarheid van het noordelijke staddeel met het oog op nog enkele duizenden bewoners extra in de nabije toekomst. Nu zijn er slechts 4 tunnels, een brug van oost naar noord en een stuk of 6 pontverbindingen. De NoordZuidlijn laat nog even op zich wachten maar komt er aan. Niet helermaal onbereikbaar zou je zeggen.

Vorige week fietste ik richting pont. Het waaide behoorlijk en het regende ook nog maar ja, ik had aan de andere kant afgesproken. Als er even verderop een brug was geweest bijvoorbeeld bij het Stenen Hoofd, dan had ik er met dit weer toch niet over gepiekerd om via de brug te fietsen. Met de Tolhuispont ben je in 3 minuten aan de andere kant. Als de pont net weg is of te vol dan komt de volgende pont er alweer aan en ben je er binnen zes minuten. Ik sta vaak langer op de bus of tram te wachten. De pont naar het NDSM terrein is ook druk voornamelijk met voetgangers. Die gaan veelal naar de horeca of evenementen daar en gaan sowieso de brug niet over. Ook de verbinding naar het IJplein gaat zo regelmatig dat je altijd binnen een aanvaardbare tijd aan de andere kant bent. En hoeveel bruggen moet je bouwen? Eén is nooit genoeg als je kijkt naar waar nu de pontverbindingen zijn. Dat gebied ligt behoorlijk ver uit elkaar. Bovendien wat vinden de bewoners er zelf van? Gevraagd in de Vogelbuurt? De Bloemenbuurt? De Waddenwegbuurt?

Bouw een ondergronds station bij de Sixhaven, de infrastructuur ligt er al, en een groot deel van de voetgangers gaat vanaf het CS ondergronds. Kost bovendien een fractie van wat een brug gaat kosten. Laat de cruisterminal met rust. Er is niets mooiers dan de statige zeekastelen het IJ op te zien varen. Een uniek verkoopargument voor toerisme dat van harte welkom is. Bruggen verstoren ook nog eens het zicht op het IJ dat al zoveel smaller is geworden door de bouw van IJdock, om maar iets te noemen. Natuurlijk niet vanaf de Adam Toren of het nieuwe stulpje van Won Yip maar dan hebben we het over een ander soort uitzicht. En waarom moet de stad altijd vergeleken worden met steden als Vancouver, Londen of Rotterdam. Daar hebben ze bruggen jazeker en Amsterdam heeft er heel veel maar niet over het IJ. Met onze goede pontverbindingen onderscheidt onze stad zich van andere steden die aan een rivier liggen. Tenslotte, hoe zou het met die pontverbindingen aflopen als er bruggen over het IJ komen. Zie je het voor je? Aanvankelijk geen punt hoor, ze mogen blijven. Misschien iets minder frequent en ook niet allemaal. Maar bij forse bezuinigingsrondes kun je je voorstellen wat er gaat gebeuren.

En nu mag de kermis ook niet meer op de Dam. Ik ben niet zo’n liefhebber van de kermis meer maar ik vind dat de Dam van en voor iedereen is. Desnoods één keer per jaar. Moet toch kunnen in een stad waar ieder jaar een hele week in het teken staat van Dance waarvan ik ook vind dat dat moet kunnen maar wat ook niet door iedereen omarmd wordt. Dit gemeentebestuur zoekt het in lapmiddelen om de drukte te beheersen. Die is er en noch het verplaatsen van de cruiseterminal of het bouwen van bruggen over het IJ, noch het verbieden van de kermis op de Dam, zet zoden aan de dijk zolang je het goedkope vermaak als pubcrawls, segwaytours en andere ongein onder leiding van (Tour&Tickets) gidsen de ruimte geeft in het centrum. Toeristen, waarvan het grootste deel bezoekers uit ons eigen land zijn, blijven komen want de aantrekkingskracht van de stad is groot. Ze zullen allemaal naar de Wallen willen net als naar de musea, de rondvaart en de winkelstraten. Leid handhavers op die in staat zijn om mensen aan te spreken op hun gedrag is maar één mogelijkheid. Maar vooral zouden we met z’n allen niet moeten willen dat het grote geld het voor het zeggen krijgt. Dat is alleen maar uit op zoveel mogelijk geld verdienen ongeacht wat dat de stad gaat kosten. Zet dus die miljoenen voor de bruggen in voor het bestrijden van illegale woningverhuur, witwassen, opdrijven van onroerendgoedprijzen door louche types en de vestiging van goedkope alleen op toeristen gerichte monocultuur.

En zo blijft het een rotzooi

vuilnisHet huisvuil wordt op de Haarlemmerstraat en Dijk op maandag- en donderdagavond opgehaald tussen zes en acht uur. Vroeger stond daar alles door elkaar maar tegenwoordig worden huisvuil en karton gescheiden opgehaald. Mooi initiatief natuurlijk want dat karton kan gerecycled worden en alle beetjes helpen om onze wereld ietsje duurzamer te maken. Helaas niet minder ingewikkeld.

Vanaf het moment dat het stadsdeel besloot dat het huisvuil aan de onevenzijde van de straat geplaatst moest worden en het karton aan de evenzijde is het een zootje geworden. Hoewel de meeste winkeliers en bewoners zo langzamerhand wel weten hoe het werkt zijn er altijd lieden die onder stenen leven, lak hebben aan alles of gewoon te lui zijn om naar de overkant te lopen. Afgezien van het buiten de genoemde uren aangeboden huisvuil, blijven ook alle vuilniszakken die aan de evenzijde staan en alle kartonnen dozen aan de onevenzijde, staan. De vuilophalers hebben misschien wel de instructie om dat zo te laten, maar zo blijft het dweilen met de kraan open. Het is idioot om te zien hoe eerst de vuilnisophalers in een moordend tempo de vuilniszakken in de wagen gooien en de kartonnen dozen laten staan en aan de andere kant van de straat precies het omgekeerde. Even later komen de veegwagens die de straat spic en span proberen te krijgen en ondertussen stapelt het eerste vuil al weer op want zoals we allemaal wel weten, vuil trekt vuil aan.

Hou me ten goede, ik heb een enorme bewondering voor de mensen die het vuil op halen en de straat proberen schoon te houden. Het is zwaar werk maar de mannen van de reiniging hebben er vaak lol in. Hoe snel kun je de stapel vuil wegwerken en weer doorrijden. Het lijkt me voor hen ook frustrerend om te moeten toekijken dat al dat harde werken achter hun rug weer teniet gedaan wordt. De Haarlemmerstraat en Dijk worden heel regelmatig schoon gemaakt. Ik denk niet dat het stadsdeel daar meer aan kan doen. Wel aan handhaving want zolang mensen ongestraft hun vuil verkeerd en buiten de ophaaldagen en tijden buiten zetten zullen de aso’s onder ons gewoon doorgaan. Het is niet alleen in deze buurt zo. Overal in de stad gebeurt dit. Zelfs de grachtengordel heeft er last van. Misschien is het toch tijd om een andere manier van de stad schoonhouden in te voeren. Vroeger had je de straatveger die een eigen wijk had en zich daar ook verantwoordelijk voor voelde. Een wat eigentijdse versie moet toch mogelijk zijn.

(De foto is op dinsdagmorgen 8 november om 11.30 genomen. De kartonnen dozen stonden er toen al vanaf maandag 18.00 uur)

Fun op en rond de Dam

april-2011-club-2Het is alweer acht jaar geleden dat de eerste plattegrond ‘Rondje Oude Stad’ werd gepresenteerd om het Wallengebied en de straten daar omheen eens op een andere manier te presenteren. Niet alleen Red Light en coffeeshops maar ook zo’n tweehonderd aparte winkels, gezellige cafés, culinaire hot spots en tips voor een divers dagje uit in de oude stad.

Het team achter de plattegrond bouwde in de loop der jaren de plattegrond met steeds meer deelnemers uit en er verscheen een website. Rondje Oude Stad werd toen Amsterdam Oude Stad maar dat veranderde niets aan het oorspronkelijke idee om te laten zien hoe ongelooflijk divers de buurt is. Dat er door allerlei oorzaken leuke winkels verdwijnen, extreme huurverhogingen of geen opvolging bijvoorbeeld, waar dan onmiddellijk een steakhouse of ijs/wafelverkoop voor in de plaats komt, kun je Amsterdam Oude Stad niet aanrekenen en ook de vertrekkende ondernemer die zwicht voor hoge overnames zijn vrijgepleit sinds de overheid publiek bezit als voormalige politiebureaus aan de meest biedende verkoopt.

Zo’n één à twee keer per jaar organiseert Amsterdam Oude Stad een uitje voor de deelnemers aan de plattegrond. Dat kan van alles zijn en is voornamelijk bedoeld om de verschillende ondernemers met elkaar en elkaars bedrijf kennis te laten maken. Meestal staat zo’n middag in het teken van een thema en afgelopen week was dat fun op en rond de Dam met een bezoek aan vijf ondernemers die zich met de pretkant van het leven bezig houden. Wat ik heel erg verrassend vond, was dat mijn vooroordeel tegen bepaalde ondernemingen toch hier en daar werd bijgesteld. Zo merkte ik dat de gidsen van 360 Amsterdam wel degelijk weten waar ze het over hebben en dat ze het ook heel leuk vonden om van de gepokt en gemazelde toehoorders nog wat aanvullende informatie te krijgen.

Een bezoekje aan het proeflokaal van Wynand Fockink in de Pijlsteeg is altijd leuk. De mannen en vrouwen achter de lage toonbank weten veel over de geschiedenis van de al meer dan drie eeuwen bestaande distilleerderij waarna je allemaal even voorover moet buigen voor het eerste slokje uit het overvolle glaasje likeur. De ingang van de Koninklijke Industriële Groote Club op de Dam ziet er nog steeds voornaam uit. Ooit een exclusieve herensociëteit, maar nu ook toegankelijk voor dames. Iedereen kan op voordracht lid worden, wat je alleen al zou willen doen om wanneer je maar wilt dit prachtige gebouw uit 1872 met zijn schitterende inrichting binnen te kunnen lopen. Ook zijn er mogelijkheden om hier je verjaardagsfeestje of jubileum te vieren. Vandaar op naar de Eggertstraat achter de Nieuwe Kerk. Hier zit op 12 vierkante meter Museumfoto van Peter en Britt waar je als het Melkmeisje, het Meisje met de Parel, Rembrandt of de Prins van Oranje op de foto kunt. Binnenkort ook als Maarten of Oopjen en hoe tuttig dit ook klinkt, ik vond het eigenlijk best leuk en kan me goed voorstellen dat toeristen die eerder in de musea de originele portretten zagen, het geweldig spannend vinden om zichzelf als schilderij terug te zien op de foto. Tot slot naar Riply op de hoek van de Nes en de Dam. Ondertitel is Believe it or not en geloof me, net zo kitsch als je denkt dat het is. Het staat hier vol met rariteiten zoals de koe met drie neusgaten (sic). Geen zaak waar ik zomaar naar binnen zou gaan. En toch, op die vijf verdiepingen met ongelooflijk veel kitsch is het ook soms hilarisch en grappig. Een beetje Efteling is het wel.

Toerist in eigen stad. Een ervaring rijker.

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!