Door de bril van Eveline

Hé geen Nutellawinkel maar een leuke brillenzaak

Altijd al zo’n lollig brilletje willen hebben zoals de autopsie-arts Sid in de crime serie CSI New York? Of net als tv-presentator Joost Prinsen in het programma ‘Met het Mes op Tafel’? Zo’n magneetbril die achteloos om je nek hangt en die je dan in een elegant gebaar  op je neus klikt? Die wens kan nu snel vervuld worden, daar hoef je de Nieuwmarktbuurt niet meer voor uit. Gewoon te koop in de Koningsstraat op nummer 7.

Ook als je op zoek bent naar een hippe trendy design zonnebril tegen een aardig prijsje of wil je heel chique voor de dag komen met een pince-nez dan kun je hier bij de eerste brillen-outlet van de stad terecht. Zelfs monturen van grote merken als Gucci, Tom Ford of het stijlvolle Deense brillenmerk Kielsgaarden gaan hier de deur uit met 60% korting.

Buurtgenoten zijn best blij met de brillenwinkel. Het geeft weer wat levendigheid in de straat en daar draagt de mooie etalage waar de vaas met bloemen regelmatig wordt ververst, zeker aan bij. Vroeger waren er veel meer winkels in de straat. Hier op nummer 7 zat bijvoorbeeld ooit een fourniturenzaak.

Voor Martin Post Uiterweer, die hier drie jaar geleden samen met zijn man Walter kwam wonen, een goede reden om juist op deze plek zijn outlet te openen. Ze wonen immers op de bovenverdiepingen en hadden al eerder zitten prakkiseren wat ze nou toch met de ruimte beneden moesten doen. Leegstaan was nou ook weer zo wat. De ruimte heeft een keukentje en een doucheruimte met toilet dus ze hadden er makkelijk een AirB&B van kunnen maken maar daar voelden ze niet veel voor.

Nu levert Martin al jaren via zijn webshop leesbrillenkopen.com in allerlei soorten en maten die kwalitatief net even beter zijn dan wat je doorgaans op de markt of bij het Kruidvat koopt. Ook wat duurder maar ja alle waar naar zijn geld, nietwaar. Bovendien zijn hier die Clic brillen met magneet te koop en daarmee neemt de outlet een unieke plek in want die brillen zijn maar op weinig plekken in Nederland te verkrijgen.

Dat Martin in de brillen zit, is niet zo vreemd als je bedenkt dat manlief Walter opticien is en een winkel op de Haarlemmerdijk heeft, Blincq Optiek, waar je monturen van alle grote merken aantreft, modellen volgens de laatste mode. Net als in de kleding worden er voortdurend nieuwe modellen aangeboden en bij Blincq volgen ze die laatste mode. Daar staat deze zaak ook om bekend en voor alle trendy brillendragers een must om regelmatig binnen te lopen om te kijken wat er voor nieuws is.  Maar er zijn ook heel veel brillendragers die niet zoveel hebben met de allerlaatste mode en gewoon een mooi montuur zoeken. En daar vullen Martin en Walter elkaar ook in hun werk prima aan. De brillen die Walter niet meer in de collectie vindt passen, gaan nu naar de Koningsstraat en omgekeerd als een klant bij Martin zijn favoriete montuur uitkiest, verwijst hij voor de glazen naar Blincq Optiek. Wat je noemt een win-win situatie. Buurtbewoners lopen makkelijk naar binnen voor een praatje of om een bril uit te zoeken en Martin vertelt graag over de geschiedenis van het huis. Thee en koffie staan altijd klaar. De winkel is twee dagen per week open op woensdag en vrijdag van 12.00 tot 17.00 uur maar je kunt eventueel een afspraak maken voor een ander tijdstip.

Voor meer informatie kijk op www.clicbrillen.com en op de webshop www.leesbrillenkopen.com

Wat gebeurde er deze zomer?

Was het nou echt zo’n slechte zomer? Naar mijn idee viel dat best mee. Ik was tenminste vaak aan het strand, weekje Schiermonnikoog met mooi weer en laatst nog een week Den Haag in huis met grote tuin, lekker zonnetje. Ook een buitje, dat wel weer.

Niks nieuws onder de zon, echt een Nederlandse zomer en alle voorspellingen ten spijt blijft het afwachten of het nu wel of geen strenge winter gaat worden.

Is er veel gebeurd deze zomer? De drukte blijft de gemoederen bezig houden, onze zieke burgemeester kwam toch nog naar het Wallenoverleg afgelopen juli en werd vorige week nog in de Jordaan gespot met de Koning, er werd gewonnen en verloren met voetbal en vooral veel gewonnen met hockey en onlangs werd de fontein, of beter gezegd het waterkunstwerk van Mark Manders, op het Rokinplein geopend. Vanuit het Binnenstadsberaad is er vanaf 2002 aangedrongen op meer fonteinen en kunst langs en op de rode loper (Jack Cohen, ooit de godfather van de Zeedijk, was de grote animator achter dit project) en uiteindelijk is dit het resultaat. Best een succes maar er kan meer en er is nog veel rode loper te gaan. Het Rokin wordt trouwens prachtig en is een van de weinige straten in de stad die met recht een boulevard genoemd kan worden.

Tijdens de vakanties was het stadhuis zoals gewoonlijk weer nauwelijks bereikbaar en voor de meest simpele vragen moest je echt een enorme doorzetter zijn om ook maar enigszins antwoord te krijgen. Ook via de website was het een moeizame exercitie.

Soms jast het gemeentebestuur er nog een paar beslissingen doorheen net voordat de vakanties beginnen. Zo kreeg ik in de loop van augustus een bedankje omdat ik in het voorjaar via de digitale inspraak commentaar had gegeven op de plannen voor de zogenoemde “Sprong over het IJ”. Ik had voor drie van de vijf voorgestelde maatregelen gestemd zoals meer en grotere ponten, versneld de fiets- en voetgangerstunnel aanleggen en het metrostation Sixhaven alsnog uitvoeren. Ik was en ben tegen de voorgestelde bruggen en ik ben echt niet de enige. Wat schetst mijn verbazing dat de gemeente beweert dat 70% van de reacties voor de maatregelen hadden gestemd. Hebben ze alle maatregelen samen, als één pakket behandeld. Dus mijn voorstem voor een drietal maatregelen werd geteld als zijnde een voorstem voor het hele pakket. Typisch. Als dat bij iedereen zo is gegaan…

Nou ben ik echt niet zomaar tegen die bruggen. Maar ik vraag me af of er gedegen onderzoek is gedaan naar de effecten. De drukte op vooral de Buikslotermeerdijkpont wordt heus niet minder als er een Javabrug wordt gebouwd want waarom zouden fietsers, om over voetgangers maar niet te spreken, helemaal die kant op fietsen als ze nu niet of nauwelijks gebruik maken van de pont tussen de Hamerstraat in Noord en het Azartplein op het Java-eiland. Ook het feit dat de bruggen zeker zo’n drie keer per uur open moeten, wordt een beetje onder de tafel gemoffeld want er varen nu eenmaal schepen over het IJ met masten van meer dan 11 meter hoog, ga maar eens kijken bij de Schellingwouderbrug. Dat betekent vaak stil staan op de brug wat wel weer een mooi excuus zou zijn voor laatkomers.

Op dit moment giert de wind door de straten en klettert de regen tegen het raam. Hoeveel fietsers zullen er in deze omstandigheden voor kiezen om via de brug te gaan als ze binnen een paar minuten met de pont naar de andere kant kunnen komen ook al moet je soms wat langer wachten. Mmmmm.

De voorstanders zijn goed georganiseerd. Het zijn vaak architecten die zo’n opdracht wel zien zitten of zichzelf architect noemende designtypes. Dezelfden die het alsmaar over marktwerking hebben als het over huizenprijzen gaat of monotoon winkelaanbod. Ook projectontwikkelaars horen bij de voorstanders. Over de tegenstanders hoor je weinig. Er verscheen dit voorjaar een artikel in het lokale dagblad geschreven door Hans Gerson, voormalig wethouder van de stad en ooit ook directeur van de Amsterdamse Haven. Daar kwamen veel positieve reacties op. Hij pleitte voor een iconische tunnel in plaats van die iconische bruggen en ook vanuit het huidige management van het havenbedrijf stonden ingezonden brieven in de krant over de nadelen van bruggen die het ook nog eens praktisch onmogelijk maken dat een evenement als Sail nog op het IJ georganiseerd kan worden en over de cruiseterminal wordt helemaal gezwegen. Die moet weg. Wie ooit zo’n prachtig zeekasteel majestueus over het IJ heeft zien varen vraagt zich bijna moedeloos af of de bestuurders van Amsterdam nog wel van de stad houden. Terwijl er net begonnen is met het aanleggen van een grote zeesluis bij IJmuiden zodat ook alle grote schepen de stad kunnen bereiken.

Nu al rijp voor het programma “Kanniewaarzijn”.

Begin als eerste nu maar eens zo snel mogelijk met het aanleggen van metrostation Sixhaven en ga die tunnel graven. Als dat allemaal klaar is kun je pas goed bekijken of die bruggen nog een doel dienen.

Een nachtje in de cel

Een nachtje in de cel, een echte wel te verstaan in een echte bajes, nou ja, voormalige bajes, behoort binnenkort tot de mogelijkheden voor de verwende reiziger, de vrolijke vakantievierder of gewoon de avonturiers die wel eens wat anders dan anders willen uitproberen. Vanaf augustus kunnen Amsterdammers (en overigen) één, twee of drie -wat je wilt- nachtjes doorbrengen in een van de torens van de voormalige Bijlmerbajes. Een bijzondere plek, zeg dat wel want in deze toren werden de tbs-ers opgesloten en waren de isoleercellen gevestigd. En nee het is niet het zoveelste slimme idee van een nog slimmere ondernemer maar een initiatief van “The Movement”, een beweging die zich het lot van vluchtelingen aantrekt en al succesvol met projecten bezig is op het Griekse eiland Lesbos. Gaat het daar om het samen met vluchtelingen opzetten van diverse kampen die niet alleen door de vluchtelingen zelf gebouwd worden maar ook door hen onderhouden, voor het pop-up hotel The Movement geldt eigenlijk hetzelfde.  De eigen verantwoordelijkheid en de dagelijkse werkzaamheden in deze nieuwe opzet maakt dat de mensen die hier uiteindelijk noodgedwongen naar toe zijn gevlucht, veel sneller een nieuwe start kunnen maken en werkervaring kunnen opdoen zodat ze straks makkelijker een betaalde baan zullen vinden. Je weer mens voelen is een basisbehoefte net als waardering en het gevoel nuttig te zijn.

De animo onder de vele vrijwilligers die meedoen is groot en vanuit de horeca is enthousiast gereageerd. Er is van alles al aangeboden en dat varieert van professionele begeleiding om mensen op te leiden als kok, in de bediening, huishoudelijke dienst enz. enz. tot en met het doneren van niet alleen geld maar ook goederen die nodig zijn om het hotel in te richten. Er zijn al diverse sponsors en er is een crowdfunding gestart waarbij je nu al een kamer kunt boeken.

Tevens kun je alle in’s en out’s via Facebook volgen op The Movement Hotel.

Het hotel begint met zo’n twintig kamers en wil later uitbreiden naar de bovenste verdiepingen tot 36 kamers. Het uitzicht daar is overweldigend. De kamers worden standaard ingericht met kleine extraatjes zoals slippers en een badjas. Er is een toilet en een fonteintje aanwezig maar de douches zijn op de gang. Voor ontbijt, lunch en diner is er op de begane grond een restaurant geopend.

Voorlopig heeft de gemeente het gebouw voor twee jaar beschikbaar gesteld. Het zou natuurlijk geweldig zijn als Amsterdammers op deze primeur net zo fantastisch reageren als indertijd met de oproep op Facebook voor vrijwilligers voor de toen net aangekomen vluchtelingen. Maar liefst 5000 reacties waren er toen. Zoveel kamers kunnen er nu niet geboekt worden dus wie het eerst komt heeft de hoofdprijs en kan later tegen kinderen en kleinkinderen vertellen dat pa en of moe een nachtje in de bajes hebben geslapen.

De kunstschatten van de Heilige Nicolaas

Natuurlijk wisten wij buurtgenoten allang dat de Basiliek van de heilige Nicolaas, zoals de Nicolaaskerk officieel genoemd wordt, niet alleen een van de mooiste kerken van de stad is maar ook dat het interieur wonderschoon is en heel wat prachtige kunstwerken herbergt. Met ingang van 4 juli weet de hele wereld dat ook, want de Nicolaas behoort vanaf dat moment tot het ‘grootste museum van Nederland’.

We lopen zo gemakkelijk dat schattige kerkje in dat beeldige Italiaanse dorpje in en menigeen staart in een Franse kathedraal bewonderend naar de fantastische schilderingen en de fraaie bouwstijl. Maar in eigen land lopen maar weinig mensen zomaar een kerkgebouw binnen. Ja met kerst, een huwelijk of een uitvaart, maar dan let je toch meer op wat er om je heen gebeurt en heb je minder oog voor de kunstschatten van de kerk.

Het Museum Catarijneconvent in Utrecht, het rijksmuseum voor christelijke kunst, nam met het project ‘het grootste museum van Nederland’ het initiatief om samen met elf kerken en twee synagogen de kunst in deze godshuizen dichter bij de mensen te brengen. Amsterdam is daarin goed vertegenwoordigd met niet alleen de Nicolaas maar ook de Portugese Synagoge op het Mr. Visserplein. De overige godshuizen zijn over het hele land verspreid.

Natuurlijk blijven de aangesloten kerken en synagogen gratis toegankelijk, alleen voor een audiotour betaal je een kleine bijdrage. De audiotour  leidt je langs de kunstschatten in de kerk. Zo kom je in de Nicolaas meer te weten over de zandstenen figuren die de preekstoel sieren, over de gebrandschilderde ramen, de 58 meter hoge koepel en over Sint-Nicolaas, beschermheilige van de kerk en van Amsterdam. Tal van kunstenaars hebben aan het interieur gewerkt. Zo zijn de veertien kruiswegstaties gemaakt door de Amsterdamse schilder Jan Dunselman. Het verhaal gaat dat hij voor zijn schilderingen buurtbewoners als model uitkoos. Het zou zomaar kunnen dat Amsterdammers hierop nog het gezicht van een voorouder ontdekken. De kerk die zo’n 130 jaar geleden werd gebouwd, stond ooit aan het open havenfront en werd ook wel ‘Kathedraal aan ’t IJ’ genoemd. Dat vereist vandaag de dag veel fantasie want echt zicht op het IJ is er niet meer. Maar er zijn nog steeds plekken aan de IJ-oevers waar vandaan de Nicolaas met z’n magnifieke koepel en torens als een eeuwig baken te zien is. Tijdens de openingsuren kun je gerust naar binnen lopen voor de audiotour maar als museumbezoeker ga je niet uitgebreid rondlopen als er op dat moment een eredienst aan de gang is. En natuurlijk ben je hier altijd welkom voor een moment van bezinning.

Voor de audiotour is de kerk van dinsdag t/m vrijdag geopend van 11.00-12.30 en van 13.00-16.00 uur en op maandag en zaterdag van 12.00-12.30 en 13.00-15.00 uur. Op zondag is de basiliek uitsluitend geopend voor het bijwonen van een viering. Kijk ook op: www.nicolaas-parochie.nl en voor meer informatie over het ‘Grootste Museum van Nederland’op www.grootstemuseum.nl

Zomer in Amsterdam

Op een zonnige doordeweekse dag afgelopen week fietste ik ‘s middags zo rond een uur of drie over de Oudezijds Voor- en later over de Achterburgwal en ving een glimp op van hoe leuk onze stad toch is met mooi weer. Gezellig druk, ik hoefde bijvoorbeeld mijn fietsbel nauwelijks te gebruiken. Nergens geschreeuw of joelende groepen (onvoorstelbaar bijna maar ik zag nauwelijks grote groepen) de terrassen zaten vol, op de wallenkanten lieten mensen hun benen boven het water bungelen, bootjes voeren geruisloos langs en je kon nog steeds de vogels horen. Later sprak ik een bewoner van het Oudekerksplein en die herkende dat. “Geen idee hoe dat komt maar wel prettig natuurlijk. Het gebeurt gewoon af en toe en toch hoeft er maar een motor met knallende uitlaatpijp langs te komen of tóch zo’n groepje joelende gasten en die idyllische sfeer is dan op slag verdwenen. Als ze die verdomde bankjes op het plein nou eens weghaalden dan zou het hier rond de Oude Kerk ook best af en toe wat stiller kunnen zijn.”

Een van de plekken waar je als centrumbewoner altijd wel zo’n idyllische sfeer kan beleven is de Hortus. Eenmaal binnen in de tuin hoor je de tram niet meer, geen autogeluiden dringen er door en de bezoekers die door het parkje lopen, praten bijna fluisterend alsof de weelderige natuur, die nu echt op z’n allermooist is, je eerbiedig laat zwijgen. De Hortus is een zeventiende-eeuwse botanische tuin en werd in opdracht van het gemeentebestuur aangelegd. Sinds 1638 huist de Hortus in de Plantage en is een van de oudste botanische tuinen ter wereld. Met z’n 1,2 hectare is het niet een grote tuin maar desondanks groeien hier wel zo’n 6000 planten. Er is een buitentuin en er zijn een aantal kassen. Via slingerende paadjes wandel je langs de perken die ieder getijde wel iets moois bieden. De kassen zijn verspreid over de hele locatie en bieden onderdak aan planten uit de woestijn, de subtropen en de tropen. In de monumentale Palmenkas waar ‘s winters de kuipplanten worden gestald is het vooral met wat kil weer heerlijk toeven en in de nieuwere Drieklimatenkas kan het nog behoorlijk warm zijn met de klamme vochtigheid van de regenwouden en even verderop de droge woestijnhitte.

Ook op het terras van de Orangerie is het goed toeven met mooi weer. Neem een boek mee, neem plaats onder een van de parasols, bestel een lekker drankje en je waant je ergens op een plek ver weg van de drukke stad. En het mooiste is natuurlijk dat je als je genoeg hebt van de stilte je met een paar stappen weer terug bent temidden van het stadsrumoer. Neem op weg naar huis een gezellig plantje mee voor op het balkon uit de Hortuswinkel als herinnering aan die heerlijke plek waar je zo dicht bij huis er toch even helemaal uit bent. “Moeten we vaker doen”, hoor ik zo vaak zeggen. Ja doen dus en als je vriend wordt van de Hortus kun je voor een luttel bedrag per jaar zo vaak je maar wilt. Stadspashouders betalen slechts één euro entree.

Voor openingstijden kijk op dehortus.nl. Op de site kun je ook zien hoe de Hortus met de jaargetijden mee verandert. De Hortus vind je op de Plantage Middenlaan 2A.

Is dit leuk straattheater?

Je kunt ook al ben je hier niet geboren toch een echte Amsterdammer zijn. Mijn vriend Henk is zo iemand. Woont al zo’n vijftig jaar op de Oudezijds Achterburgwal, hij houdt van de stad, zou nergens anders meer kunnen wonen. Hij is ook wel wat gewend na al die jaren en er is niet veel wat hem van z’n stuk kan brengen. Hij heeft de buurt zien verloederen en weer zien opknappen. (“Wanneer gaan ze de wallenkant op de Oudezijds Achterburgwal eens afmaken”?)

Bijna iedere dag loopt hij over de Dam op weg naar de tram. Altijd levendig altijd druk, heel veel toeristen en dagjesmensen. Over de kermis zal je hem niet horen. “Moet kunnen”, vindt hij, en ook het meeste straattheater is hem om het even. “Dat vind je in iedere grote stad.” Zoals gezegd, woont hij het grootste deel van zijn leven op de Wallen. Zijn kinderen zijn daar geboren en opgegroeid, hij werkte in de filmindustrie en was betrokken bij de oprichting van het Cannabis Museum op de Achterburgwal dus bepaald geen wereldvreemd type. Toch kan hij zich groen en geel ergeren aan de zogenaamde straatartiesten die als de man met de zeis (de dood dus) vrij intimiderend over de Dam lopen. “Er lopen hier ook kinderen rond die wil je toch niet met zo’n engerd confronteren? Bovendien doen ze niets anders dan heen en weer lopen. De levende standbeelden, de jongleurs, de acrobaten presteren nog iets voor hun geld. Deze engerds schijnen zelfs boos te worden als omstanders geen geld willen geven en dat is natuurlijk gewoon bedelen.”

Op de site van de gemeente staat nauwkeurig omschreven waar het straattheater op de Dam aan moet voldoen. Er is geen vergunning nodig en zolang ze zich aan de voorwaarden houden kan er niets gebeuren. En daar houden de meeste zich wel aan maar zelfs als ze dat niet doen is er weinig handhaving te bespeuren. Henk is niet de enige die zich stoort aan de in het zwart geklede figuren met hun doodshoofden. Je hoort vaker geluiden dat deze vorm van straattheater niet anders is dan een ordinaire bedelpartij. Het gebeurt wel dat iemand in zijn onschuld een foto maakt en dat zo’n langlijs zijn hand ophoudt om als er niet snel genoeg geld in wordt gestopt, de ander dreigend de weg te versperren. Sommigen geven hier dan aan toe maar het kan ontaarden in een ordinaire scheldpartij. Misschien zou het toch schelen als er wat vaker handhavers rondlopen.

Een baken in de Warmoesstraat

Volgens mij hebben we het allemaal wel eens. Dat je ergens naar binnen gaat en denkt, jemig ik ben hier al veel te lang niet geweest. Dat had ik nou vorige week toen ik De Bakkerswinkel in de Warmoesstraat binnen ging. Wat is dit toch een geweldige plek. Ik kan ook bijna niet kiezen uit al die lekkernijen in de vitrine, alles zelf gemaakt, hartstikke vers en ook heel lekker. Het worden de scones met geklopte room en de allerlekkerste passievruchtencurd die ik ooit heb genuttigd.

De Bakkerswinkel werd op 1 mei 2002 geopend en in die vijftien jaar een begrip in de buurt, in de stad, in het land en ja, ook daarbuiten geworden. De hele wereld komt hier zo’n beetje over de vloer. Soms staan eigenaar Michel en zijn vrouw Simone er versteld van in hoeveel reisgidsen ze vermeld worden tot en met China aan toe. “We ontvangen hier gelukkig ook Amsterdammers en buurtgenoten maar ook toeristen uit binnen- en buitenland. Amerikanen, Duitsers, Engelsen, noem maar op”, vertelt Michel, die altijd probeert om zijn gasten in hun eigen taal te begroeten. “En jij spreekt ook aardig wat talen”, vult Simone aan, waarop Michel bescheiden ‘nou ja’ zegt. Naast Frans, Duits en Engels spreekt hij Spaans en Italiaans en dat kan erg handig zijn. Zo kan het gebeuren dat zo’n groep Italianen plaats neemt die allemaal door elkaar heen kwettert en in nauwelijks verstaanbaar Engels probeert duidelijk te maken wat ze willen. “Dan zeg ik ze in hun eigen taal dat ze rustig hun keuze kunnen maken en dan gaat er een zucht van opluchting door het gezelschap. Die mensen komen dan ook graag terug. Soms iedere dag voor ontbijt en dan komen ze uitgebreid afscheid nemen als de vakantie er opzit. Dat maakt dit werk ook zo leuk. We zien ook veel bezoekers uit ons eigen land hoor. Veel vriendinnengroepen. Die herken je dan meteen aan hoe ze hier binnenkomen en echt genieten van een dagje Amsterdam. Ze zijn dan al naar de Bijenkorf geweest, hebben over de Wallen gelopen en eindigen dan hier voor onze High Tea die we in onze speciale theekamer serveren.”

Toen ze hier begonnen in de Warmoesstraat waren ze ongewild hipper dan hip. Met hun inrichting van de toen ook net startende ontwerper Piet Hein Eek waren ze een totaal nieuw fenomeen. Een lunchroom als een soort huiskamer met mooie doorleefde meubels en serviesgoed dat bij wijze van spreken bij je oma thuis in de kast kon staan. Ook het idee van alles vers en zelfgemaakt was toen nog geen gemeengoed. Nu zijn er talloze klonen bijgekomen, soms heel goed maar vaker toch niet van dezelfde hoge kwaliteit. Ook het aantal Bakkerswinkels is gestegen zowel in de stad als in het land maar daar heeft iedere zaak zijn eigen invulling aan gegeven.

De Bakkerswinkel in de Warmoesstraat heeft al die jaren zijn eigenheid behouden. Piet Hein Eek is nog steeds de huisontwerper die na de grote verbouwing, ook alweer bijna vier jaar geleden, opnieuw tekende voor het interieur. “Daar voegen we zelf ook dingen aan toe. De vloerkleden bijvoorbeeld die komen soms van rommelzolders en soms uit nalatenschappen van klanten die er zelf niets mee willen. Ook het serviesgoed kunnen we op die manier aardig aanvullen want er wordt natuurlijk nog wel eens wat gebroken. Soms hoor je dan iemand zeggen dat die kopjes nog van haar tante Betty waren. Het geeft een wat onbedoelde truttigheid die zeer gewaardeerd wordt.”

Aanvankelijk kon je bij de entree nog brood en patisserie om mee te nemen kopen maar dat werd zo’n opstopping bij de ingang dat ze De Bakkerswinkel Meeneem hebben geopend op nummer 133 eveneens in de Warmoesstraat. “Daar zwaait onze meester patissier Jasmijn de scepter in de keuken. Die maakt geweldige taarten, de echte scones -vraag het de Engelse klanten- en een bovenaardse brownie. Ze verzorgt ook alle zoetigheden die hier bij ons op de kaart staan.” En hoewel duurzaam en geen kunstmatige toevoegingen vanzelfsprekend geacht worden, zijn Michel en Simone wel nuchter genoeg om niet voortdurend mee te gaan in de gezondheidscultus die soms wel eens potsierlijke proporties aanneemt. “We hebben dan wel munt- en gemberthee maar daar houdt het bij op hoor. Geen superfood maar ook geen nutella. Wij maken onze eigen chocoladepasta.” Het enige dat ze niet zelf maken zijn de glutenvrije producten. “Dat is behoorlijk bewerkelijk en het is eigenlijk maar bedoeld voor een vrij klein aantal mensen.” Ze zijn nog aan het broeden of ze ‘s avonds langer open blijven voor het serveren van kleine gerechten in de stijl van De Bakkerswinkel. Een beetje tegenhanger van de overwegend hamburger- en frietcultuur van de Warmoesstraat maar voorlopig is De Bakkerswinkel dagelijks open van acht uur ‘s morgens tot ongeveer half zes à zes uur ‘s avonds en voor de nieuwelingen in de buurt, je kunt ze vinden op nummer 69.

Meer info op www.debakkerswinkel.nl/amsterdam-centrum

De geschiedenis van een wonderbaarlijk nootje

Een onooglijk gerimpeld nootje van nog geen twee centimeter in doorsnee en toch onmisbaar in de Nederlandse keuken. De nootmuskaat geraspt over de bloemkool, de andijvie en nog zowat gerechten en het gebruik van de foelie, het schilletje van de noot in soepen, is zo gewoon dat we er eigenlijk nooit over nadenken hoe dit nootje in onze keukens terecht is gekomen. En waarom zouden we. Het zijn smaakmakers en dat is het dan.

En toch zijn er altijd mensen die nieuwsgierig genoeg zijn om zich af te vragen waar dat nootje toch vandaan komt. Buurtbewoner Willem Oosterbeek is zo iemand. Hij woont achter de Oude Kerk, is redacteur van wijkkrant d’Oude Binnenstad, heeft verschillende (geschiedenis)boeken geschreven onder andere “Naar Moskou”, schrijft als freelance journalist artikelen voor diverse dag- en weekbladen, gidst bezoekers langs religieuze sporen in de oude stad en bemoeit zich frequent met het reilen en zeilen van project 1012.

Zijn belangstelling voor de muskaatboom en zijn vrucht ontstond in New York waar hij in een Amerikaans boek een hoofdstuk vond over de economie van de nootmuskaat en waarin de stad Breda werd genoemd. Vanaf dat moment dook hij de geschiedenis in en kwam terecht bij de VOC, het koloniale Indië, de Banda eilanden en de barbaarse praktijken van sommige Hollandse bevelvoerders zoals Jan Pietersz. Coen.

Peperduur had bij wijze van spreken ook foelieduur kunnen heten. Zowel het nootje als de schil waren hun gewicht letterlijk in goud waard. Ruim twee eeuwen lang had de VOC het handelsmonopolie op dit bijzondere nootje. Dat monopolie was niet zonder slag of stoot verkregen. Dat ging gepaard met veel bloedvergieten vooral onder de inheemse bevolking van de Banda eilanden.

Waarom was dit nootje zo belangrijk? Diende het werkelijk als wondermiddel tegen reuma, malaria, kiespijn en nog zowat ziektes? Is het echt zo´n bewustzijnsverruimend goedje en wat heeft New York, behalve als startpunt van dit boek, temaken met de muskaatboom? Een ding is zeker na het lezen van dit boek, dit exotische nootje heeft er mede voor gezorgd dat ons land nog altijd een handelsnatie is met een sterke positie in de voedselindustrie.

“De geschiedenis van een wonderbaarlijk nootje”, geschreven door Willem Oosterbeek in 165 pagina´s, is uitgegeven door Athenaeum-Polak&Van Gennep en verkrijgbaar in de reguliere boekhandel voor de prijs van € 15,00.

 

Slagerij Vet verbouwd

Om je een ongeluk te schrikken! Loop je een paar weken geleden op een zondagmiddag niets vermoedend over de Zeedijk. Je kijkt eens links, je kijkt eens rechts en dan plotseling valt je oog op de plek waar slagerij Vet hoort te zitten. Hoort te zitten ja, want het was leeg. Totaal leeg, van de kelder tot en met het plafond, de muren, alles was weg. Wat nu? Weer een nutella/ijs/wafel/pannenkoek/donutshop?

Gelukkig kon slager Huib Vet snel de situatie nader toelichten, er was slechts een verbouwing aan de gang. Pfffffft wat een opluchting. Slagerij Vet is een van die doorzetters die ook in de roerige jaren tachtig van de vorige eeuw vol bleef houden en dus niet weg te denken is van de Zeedijk.

“Was ook wel een keer tijd hoor”, vertelt de slager. “De laatste verbouwing was zo’n zeventien jaar geleden. Op zaterdag hebben we nog volop onze klanten geholpen en zondagmiddag om half zes was de hele zaak gestript.”

De winkel is dus echt tot op het bot verbouwd. Het resultaat is prachtig ook al lijkt het op eerste gezicht gewoon de slagerij zoals die altijd was. Maar alles is nieuw en fris en de toonbank is een stuk hoger dan de vorige zodat de riblapjes, de varkenshaasjes en de gekookte worst – om maar een paar van de diverse soorten vlees en vleeswaren te noemen – er op z’n voordeligst uitzien. Ook vertrouwd is het klantenbankje dat weer op dezelfde plek staat. “We hebben het helemaal zo gelaten zelfs geen verfje”. Dat bankje staat er al zolang als de winkel bestaat en dat is best lang.

In 1945 opende de grootvader van de huidige slager hier zijn slagerij. Het was maar een klein mannetje zodat de winkel al snel in de buurt bekend stond als het kleine slagertje. Ook toen zijn boomlange zoon en later zijn eveneens lange kleinzoon Huib de zaak overnam, bleef het nog lange tijd het kleine slagertje heten. Nu niet meer. De oude garde is of overleden of woont ergens anders. Ja tante Stien, trouwe klant van het eerste uur, die voorheen dagelijks vlees kwam halen en dan een kopje koffie nuttigde op het beroemde klantenbankje, komt nog wel eens langs op haar scoot-mobiel.

Ook net als voorheen is het spitsuur tussen de middag wanneer de broodjesklanten komen. Broodje Zeedijk is nog steeds favoriet maar ook hier is een enorme keus aan broodjes en beleg. En hoe mooi er ook verbouwd is, het blijft dringen en soms staan klanten zelfs buiten in de rij. Dat deert niemand want wachten op je beurt bij slagerij Vet is net het bijwonen van een stand-up comedian show. Er wordt dan ook veel gelachen en je kunt maar beter geen haast hebben. Dan moet je toch echt wat eerder komen.

Ze kunnen er weer even tegenaan met hun mooie zaak. Op naar de volgende zeventien jaar en ja, dan is het bereiken van 100 jaar nog maar een peulenschil.

 

(op de foto van links naar rechts Anja, Huib, Richelle en Rik)

Amsterdam Oude Stad koestert de historie

Ruim acht jaar geleden kwam de eerste plattegrond/wegwijzer (toen nog Rondje Oude Stad) uit met zo’n dertig deelnemers of zoals directeur Ronald Zweserijn ze ‘t liefst noemt, partners. Het Rondje gaf een idee van de diversiteit aan winkels en horeca op de Zeedijk, de Nieuwmarkt, de Antoniebree, de Hoogstraten, de Oude Doelen- en Damstraat en weer terug naar de Zeedijk via de Warmoesstraat.

Het Rondje bleek een groot succes, zo groot dat er zich steeds meer partners aanmeldden waaronder ook ondernemers buiten het gebied zodat de naam de lading niet meer geheel dekte. Amsterdam Oude Stad werd de nieuwe naam en inmiddels is de organisatie uitgegroeid tot een belangrijk toeristisch informatiecentrum waar niet alleen de plattegrond/wegwijzer de bezoekers wegwijs maakt in hartje Amsterdam maar ook een heel scala van uitstapjes en kleinschalige evenementen in de oude binnenstad worden aangeboden.

Tegenwoordig laten meer dan 120 partners op de website amsterdamoudestad.nl  hun kwaliteiten zien en om de saamhorigheid onder alle betrokkenen te benadrukken, organiseert Amsterdam Oude Stad twee keer per jaar een themamiddag die ingevuld wordt door één of meerdere partners.

Afgelopen week was er weer zo’n middag die deze keer werd gehouden in restaurant De Kroonprins op de Prins Hendrikkade en alles stond nu in het teken van de VOC. Na het eerste drankje in de Groote Swaen en de kennismaking met waardin Griet werd het gezelschap door kapitein Ronald naar zijn ‘schip’ gedirigeerd, een ruimte achterin het restaurant met het interieur van een oude driemaster. Onder luid gejoel werd daar de pubquiz gehouden met uiteraard hapjes en drankjes en als extraatje een glaasje ‘Roosje zonder doornen’ van likeurstoker Wynand Fockink. Het team van In de Waag won, maar alle deelnemers bleken een behoorlijk historisch besef te hebben van de stad. Naast de waardin van de Groote Swaen kwamen er nog een paar dames uit de VOC-tijd iets over hun leven vertellen. Al met al weer een geslaagde middag die afgesloten werd door kapitein Ronald die bekend staat om zijn befaamde speeches. Tot opluchting van velen hield hij het betrekkelijk kort deze keer.

Het VOC uitstapje is een samenwerkingsproject van Hans Dikker, de directeur van Prins Hendrik, en Ingrid Marsman van City Culture Tours. Ingrid, voor geen kleintje vervaard, doet al jarenlang historisch getinte tours door de oude binnenstad. Befaamd is haar Rembrandt-tour maar ook de VOC tour is een graag gewild uitje voor gezelschappen van 15 tot 50 personen. Het arrangement bestaat onder meer uit Oudhollandse lekkernijen, een jeneverproeverij, een viergangen diner in ‘het vooronder van het oude VOC schip’ en de verschijning van verschillende typetjes uit de VOC tijd met een klein lesje geschiedenis voor binnenlandse en buitenlandse bezoekers. Na dit lesje zal de VOC tijd nooit meer alleen een geschiedenis van uitsluitend mannen zijn.

(Kijk voor hier voor meer info over de VOC Tour)

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!