Je kunt ook al ben je hier niet geboren toch een echte Amsterdammer zijn. Mijn vriend Henk is zo iemand. Woont al zo’n vijftig jaar op de Oudezijds Achterburgwal, hij houdt van de stad, zou nergens anders meer kunnen wonen. Hij is ook wel wat gewend na al die jaren en er is niet veel wat hem van z’n stuk kan brengen. Hij heeft de buurt zien verloederen en weer zien opknappen. (“Wanneer gaan ze de wallenkant op de Oudezijds Achterburgwal eens afmaken”?)

Bijna iedere dag loopt hij over de Dam op weg naar de tram. Altijd levendig altijd druk, heel veel toeristen en dagjesmensen. Over de kermis zal je hem niet horen. “Moet kunnen”, vindt hij, en ook het meeste straattheater is hem om het even. “Dat vind je in iedere grote stad.” Zoals gezegd, woont hij het grootste deel van zijn leven op de Wallen. Zijn kinderen zijn daar geboren en opgegroeid, hij werkte in de filmindustrie en was betrokken bij de oprichting van het Cannabis Museum op de Achterburgwal dus bepaald geen wereldvreemd type. Toch kan hij zich groen en geel ergeren aan de zogenaamde straatartiesten die als de man met de zeis (de dood dus) vrij intimiderend over de Dam lopen. “Er lopen hier ook kinderen rond die wil je toch niet met zo’n engerd confronteren? Bovendien doen ze niets anders dan heen en weer lopen. De levende standbeelden, de jongleurs, de acrobaten presteren nog iets voor hun geld. Deze engerds schijnen zelfs boos te worden als omstanders geen geld willen geven en dat is natuurlijk gewoon bedelen.”

Op de site van de gemeente staat nauwkeurig omschreven waar het straattheater op de Dam aan moet voldoen. Er is geen vergunning nodig en zolang ze zich aan de voorwaarden houden kan er niets gebeuren. En daar houden de meeste zich wel aan maar zelfs als ze dat niet doen is er weinig handhaving te bespeuren. Henk is niet de enige die zich stoort aan de in het zwart geklede figuren met hun doodshoofden. Je hoort vaker geluiden dat deze vorm van straattheater niet anders is dan een ordinaire bedelpartij. Het gebeurt wel dat iemand in zijn onschuld een foto maakt en dat zo’n langlijs zijn hand ophoudt om als er niet snel genoeg geld in wordt gestopt, de ander dreigend de weg te versperren. Sommigen geven hier dan aan toe maar het kan ontaarden in een ordinaire scheldpartij. Misschien zou het toch schelen als er wat vaker handhavers rondlopen.