Een onooglijk gerimpeld nootje van nog geen twee centimeter in doorsnee en toch onmisbaar in de Nederlandse keuken. De nootmuskaat geraspt over de bloemkool, de andijvie en nog zowat gerechten en het gebruik van de foelie, het schilletje van de noot in soepen, is zo gewoon dat we er eigenlijk nooit over nadenken hoe dit nootje in onze keukens terecht is gekomen. En waarom zouden we. Het zijn smaakmakers en dat is het dan.

En toch zijn er altijd mensen die nieuwsgierig genoeg zijn om zich af te vragen waar dat nootje toch vandaan komt. Buurtbewoner Willem Oosterbeek is zo iemand. Hij woont achter de Oude Kerk, is redacteur van wijkkrant d’Oude Binnenstad, heeft verschillende (geschiedenis)boeken geschreven onder andere “Naar Moskou”, schrijft als freelance journalist artikelen voor diverse dag- en weekbladen, gidst bezoekers langs religieuze sporen in de oude stad en bemoeit zich frequent met het reilen en zeilen van project 1012.

Zijn belangstelling voor de muskaatboom en zijn vrucht ontstond in New York waar hij in een Amerikaans boek een hoofdstuk vond over de economie van de nootmuskaat en waarin de stad Breda werd genoemd. Vanaf dat moment dook hij de geschiedenis in en kwam terecht bij de VOC, het koloniale Indië, de Banda eilanden en de barbaarse praktijken van sommige Hollandse bevelvoerders zoals Jan Pietersz. Coen.

Peperduur had bij wijze van spreken ook foelieduur kunnen heten. Zowel het nootje als de schil waren hun gewicht letterlijk in goud waard. Ruim twee eeuwen lang had de VOC het handelsmonopolie op dit bijzondere nootje. Dat monopolie was niet zonder slag of stoot verkregen. Dat ging gepaard met veel bloedvergieten vooral onder de inheemse bevolking van de Banda eilanden.

Waarom was dit nootje zo belangrijk? Diende het werkelijk als wondermiddel tegen reuma, malaria, kiespijn en nog zowat ziektes? Is het echt zo´n bewustzijnsverruimend goedje en wat heeft New York, behalve als startpunt van dit boek, temaken met de muskaatboom? Een ding is zeker na het lezen van dit boek, dit exotische nootje heeft er mede voor gezorgd dat ons land nog altijd een handelsnatie is met een sterke positie in de voedselindustrie.

“De geschiedenis van een wonderbaarlijk nootje”, geschreven door Willem Oosterbeek in 165 pagina´s, is uitgegeven door Athenaeum-Polak&Van Gennep en verkrijgbaar in de reguliere boekhandel voor de prijs van € 15,00.